Tepelvoeringen zijn het enige directe contact tussen de koe en de melkmachine. Een tepelvoering moet goede melkende eigenschappen hebben. Daarnaast dient de tepelvoering bij de veestapel te passen.

Tepelvoeringen hebben een aantal eisen, namelijk:

– Voldoende vlot melken
– Geen lucht zuigen
– Goed uitmelken
– Mag geen irritatie opwekken bij de koe
– Moet goed te reinigen zijn.

Tepelvoeringen zijn er in alle soorten en maten, van klein tot groot, stug tot soepel en van rubber of silicoon.

De melkeigenschappen van de voeringen worden onder andere bepaald door de vorm van de kop, vorm, diameter, wanddikte en de materiaalelasticiteit.

Vooral de wanddikte (soepelheid) en de vorm van de kop zijn van invloed op het uitmelken. Soepele tepelvoeringen met een grote kop melken goed uit, het nadeel hiervan is dat er sneller lucht wordt gezogen (linerslips). Voeringen met een kleine kop melken minder goed uit omdat deze “eerder opkruipen”.

Bij een te ruime voering zal er vacuüm in de kop ontstaan waardoor deze opkruipt en minder goed uit zal melken. Het gevolg hiervan zijn pijnlijke zwellingen bovenaan de speen.

Resultaat 1–12 van de 19 resultaten wordt getoond

Zoeken